Productidentificatoren zijn de codes waarmee kanalen jouw product herkennen tussen miljoenen andere. Een GTIN, EAN of MPN vertelt Google Shopping, Bol en Amazon precies welk artikel je aanbiedt, zodat ze het aan de juiste cataloguspagina koppelen. Ontbreekt zo'n code of klopt hij niet, dan wordt je product afgekeurd, verkeerd gematcht of onvindbaar. Deze gids legt uit wat de codes betekenen, waarom matching erop leunt en hoe je ze structureel op orde houdt in je feed.

De rode draad: ontbrekende en foute codes zijn een van de meest onderschatte oorzaken van afgekeurde producten. Wie identificatie vanaf de bron goed regelt, voorkomt een hele categorie feedproblemen die anders telkens terugkomt.

01. GTIN, EAN en MPN uit elkaar gehaald

De drie termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze zijn niet hetzelfde. GTIN, Global Trade Item Number, is de overkoepelende internationale standaard voor productbarcodes. EAN is de Europese verschijningsvorm daarvan, doorgaans dertien cijfers, en valt dus onder GTIN. In Noord-Amerika kom je de UPC tegen, twaalf cijfers, eveneens een GTIN.

MPN, Manufacturer Part Number, is het artikelnummer dat de fabrikant zelf hanteert. Het is niet wereldwijd uniek: twee fabrikanten kunnen hetzelfde MPN gebruiken voor totaal verschillende producten. Daarom werkt MPN alleen in combinatie met het merk. Samen vormen merk en MPN een alternatieve identificatie voor producten zonder barcode.

Wanneer welke code telt

02. Waarom matching op codes leunt

Marktplaatsen en vergelijkers houden hun eigen productcatalogus bij. Wanneer jij een product aanbiedt, proberen ze het te koppelen aan een bestaande pagina in die catalogus. Die koppeling, matching genoemd, gebeurt vrijwel altijd op de GTIN of EAN. Klopt de code, dan landt je aanbod op de juiste pagina naast andere verkopers en met de bestaande reviews en specificaties.

Klopt de code niet, dan ontstaat een van twee problemen. Of het kanaal vindt geen match en weigert je product, of het matcht op een verkeerde pagina waardoor je aanbod onder de verkeerde productinformatie verschijnt. Beide kosten direct omzet. Hoe deze fouten doorwerken in afkeuringen lees je in de gids over feedproblemen oplossen.

03. Wat als een code ontbreekt

Niet elk product heeft een GTIN. Eigen merk, handgemaakte artikelen, maatwerk en commodity-producten missen vaak een officiele barcode. De grote fout is dan een code verzinnen. Een willekeurig getal dat lijkt op een EAN faalt op het controlecijfer of matcht op een product van iemand anders.

De juiste route hangt af van het kanaal. Bij Google geef je merk en MPN door en zet je het veld dat aangeeft dat er geen barcode bestaat expliciet op de juiste waarde. Bij Bol bepaalt de categorie of een EAN verplicht is. Voor producten die echt geen identificatie kennen, kun je een GS1-prefix aanvragen en zelf geldige codes laten genereren, een investering die zich terugbetaalt zodra je serieus op marktplaatsen verkoopt.

04. Codes valideren in je feed

De kracht van een feed-tool is dat je codes kunt controleren voordat ze het kanaal bereiken. Een EAN heeft een vaste lengte en een controlecijfer dat uit de overige cijfers wordt berekend. Met een validatie-rule vang je de meeste fouten in een keer af.

// rule: validate_ean
if length(ean) != 13 or not is_numeric(ean):
    exclude_product("ongeldige ean")
elif check_digit(ean) is invalid:
    exclude_product("controlecijfer fout")

Let er ook op dat codes als tekst worden behandeld, niet als getal. Een EAN die als getal wordt ingelezen verliest voorloopnullen, waardoor twaalf cijfers overblijven en het kanaal de code afkeurt. Hoe je dit soort brongegevens schoon binnenhaalt, staat in de gids over feed-management.

05. De meest voorkomende fouten

De fouten rond identificatie zijn herkenbaar en vrijwel altijd te voorkomen met een rule of een schonere bron:

Pak deze fouten aan op veld-niveau, niet per product. Een goede uitleg over deze werkwijze staat in feed-foutmeldingen oplossen.

06. Eisen per kanaal

Elk kanaal hanteert eigen regels rond identificatie. Google Shopping accepteert producten zonder GTIN mits je dat correct aangeeft, maar geeft producten met geldige GTIN meer zichtbaarheid. Bol leunt sterk op de EAN voor catalogus-matching en koppelt je aanbod daarmee aan een bestaande productpagina. Amazon is het strengst: zonder geldige identificatie kom je vaak niet eens door de listing-aanmaak.

Houd er rekening mee dat dezelfde brondata per kanaal anders moet worden aangeboden. Dat regel je met kanaal-specifieke mapping, hetzelfde principe als bij de multi-channel aanpak. Welke achterliggende velden je daarvoor nodig hebt, hangt samen met je datamodel.

07. Zelf doen of uitbesteden?

De basis van productidentificatie is goed zelf te doen. Controleer of je bron GTIN of EAN bevat, vul merk en MPN aan waar codes ontbreken, en bouw een validatie-rule die lengte en controlecijfer toetst. Dat lost het overgrote deel van de afkeuringen op.

Wordt het complex, door veel varianten zonder eigen code, bundels of een assortiment met veel handgemaakte artikelen, dan loont het om de identificatie- en validatielaag in een keer goed te laten inrichten. Daarvoor bestaat de feed-rules dienst, of een gerichte audit en troubleshooting als de afkeuringen blijven terugkomen. Twijfel je wat in jouw situatie slim is, leg je vraag dan voor via contact en je krijgt een eerlijk advies.

08. Veelgestelde vragen

GTIN is de overkoepelende standaard voor productbarcodes; EAN is de Europese variant met dertien cijfers en valt onder GTIN. MPN is het artikelnummer dat de fabrikant zelf hanteert en is niet wereldwijd uniek. Kanalen gebruiken GTIN of EAN om je product aan een bestaande catalogus te koppelen, terwijl MPN samen met het merk dient als alternatief wanneer er geen barcode bestaat.

Voor eigen merk, handgemaakte producten of maatwerk bestaat vaak geen officiele barcode. Dan geef je de combinatie merk plus MPN door en zet je in je feed expliciet aan dat er geen identificatiecode bestaat, bijvoorbeeld via het veld identifier_exists op false bij Google. Verzin nooit zelf een code, want een ongeldige GTIN leidt tot afkeuring of een verkeerde match.

De meest voorkomende oorzaken zijn een verkeerd controlecijfer, een code met spaties of letters, een EAN die als getal is opgeslagen waardoor voorloopnullen verdwijnen, of een hergebruikte code van een ander product. Met een validatie-rule in Channable die de lengte en het controlecijfer controleert, vang je het overgrote deel van deze fouten af voordat ze het kanaal bereiken.

De basis is goed zelf te doen: controleer of je bron GTIN of EAN bevat, voeg waar nodig merk en MPN toe en bouw een validatie-rule. Wordt het complex door veel varianten, bundels of producten zonder code, dan loont een gerichte audit om de mapping en validatie in een keer goed neer te zetten.


Verder in de kennisbank: Feed-management: de complete gids · Feedproblemen oplossen: het complete handboek · Multi-channel verkopen: de complete gids